Gastblogs

Rosa wordt iedere keer dat ze bij haar grootouders is weer aan vroeger herinnerd.

Rosa schrijft vaker voor Met Zonder Ouders. Lees haar eerdere blogs door in de zoekbalk op ‘Rosa’ te zoeken.

Sinds ik het contact heb verbroken met mijn ouders vijf jaar geleden, heb ik een vreemde relatie met mijn grootouders, de ouders van mijn moeder. Ik heb een kleine familie, die alleen bestaat uit familieleden van mijn moeders kant. Mijn grootouders willen mij graag steunen in mijn keuze. Ze hebben vaak hun excuses aangeboden, omdat ze niet eerder hadden kunnen zien wat er allemaal bij ons thuis afspeelde. Ze hebben toegegeven dat ze eigenlijk ook niet durfden in te grijpen. Maar toch kan ik duidelijk merken dat ze mij het deels kwalijk nemen dat ik zo duidelijk heb bloot gelegd wat er achter de voordeur bij mijn ouders speelt en het contact daardoor heb verbroken. 

Heel diep in het hart van mijn oma, wil ze dat ik terug ga naar mijn moeder. Mijn moeder is eigenlijk sinds ik weg ben alleen maar bezig om mij terug bij haar te krijgen. Als ze mij niet direct kan contacteren, doet ze dat via mijn oma. Ze zet dan mijn oma emotioneel onder druk. Iets waar mijn moeder heel goed in is; in een slachtofferrol kruipen en iemand heel erg schuldig laten voelen. Mijn moeder huilt uren aan de telefoon, zodat mijn oma uit paniek mij bijna smekend belt om meer contact te leggen met mijn moeder. Terwijl ze weet dat het zou betekenen dat ik alles wat ik heb opgebouwd weer moet inleveren en mezelf opoffer. Als mijn moeder een vinger van mij heeft, neemt ze mijn hele hand. Kosten wat het kost, moet ik terug naar haar. Op mijn knieën.

Een tijd terug was ik bij mijn grootouders op bezoek. Als ik bij mijn grootouders op bezoek ben, heb ik altijd het gevoel dat ik me elke keer opnieuw moet bewijzen. Ze zien mij nog steeds als een kleine tiener die weggelopen is van huis. Ik heb zelf mijn leven opgebouwd, zonder steun van mijn ouders en ze zijn elke weer verbaasd als ik vertel over mijn studie en mijn werk. Elke keer zeggen ze dat ik het dan maar toch weer goed doe en dat ze dat niet van me hadden verwacht. Dit beeld wat ze van mij hebben, heb ik vooral aan mijn moeder te danken. Ze zette me altijd weg als een klein kind dat niets kan en in de goot eindig als ik niet onder haar invloed ben. 

Zoals ik al schreef, willen mijn grootouders mij steunen, maar mag mijn moeder dat allemaal niet weten. Mijn grootvader steunt mij meer uitgesproken, maar houdt zich in vanwege mijn grootmoeder. Zij is snel uit balans. Ze wil niet de confrontatie opzoeken met mijn moeder, omdat ze bang voor haar is. Ik kan elke keer weer aan haar merken hoe moeilijk zij de situatie vindt. Mijn oma wilt altijd vertellen hoe het met mijn ouders gaat, of met mijn broer. Mijn moeder is altijd zielig in deze verhalen, mijn vader een slappe nietsnut en mijn broer is altijd volwassen en groot. Elke keer word ik aan vroeger herinnerd als ik op bezoek ben en elke keer ga ik weer met een schuldgevoel naar huis. Zijn het niet hun verhalen die mij zo rot laten voelen, dan zijn het de vele foto’s van vroeger die in het huis staan. Overal lijstjes en collages. 

Iets wat me altijd enorm raakt zijn twee foto’s die staan op de leestafel naast de bank. Ik probeer er mijn aandacht niet aan te schenken, maar dit keer deed het me pijn. Het zegt namelijk veel over hoe mijn grootouders mij zien en hoe erg ik buiten mijn familie val. In de trein terug, schreef ik dit stukje:

In een houten afgebladderd lijstje, lijkt de tijd stil te staan. Rottend in een tijdperk waar ik niet aan herinnerd wil worden. Een puisterig hoofd, een verlegen glimlach. Zo sta ik daar al acht jaar stil en onbewogen. Ik kijk mezelf aan. Mijn haar is door de war. Een oog is half dicht. Is dit hoe zij mij nog steeds zien? Verdwaald, ver weg gedroomd en de wereld niet onder ogen willen zien?

In een zilver lijstje grijnst mijn broer met een gebruind gezicht. Ergens in een land waar het altijd groen is. Hij verandert steeds. Elke keer weer diezelfde grijns, diezelfde tanden. Maar elke keer is hij ergens anders. Hij wordt ouder, zijn volwassenheid niet ontkent. Trots zijn ze. Hij reist. Hij beweegt zich door de tijd. Zo staan we naast elkaar, mijn broer en ik. Op de leestafel naast de bank. Hij zilver, ik hout. Hij levend, ik dood.

Alle foto’s die in huis van mij hangen, veranderen nooit. Ook al schenk ik hun nieuwe foto’s van mezelf. Het voelt soms echt alsof ik overleden ben toen ik zestien was. Tot die tijd was het volgens hen nog een goede tijd. Voor mij ben ik pas sinds mijn zestiende echt voor mezelf opgekomen en is mijn leven toen begonnen. Ik ben een soort geheim in de familie geworden. Mijn moeder mag niet weten dat ik mijn grootouders regelmatig bezoek, een brief of een e-mail stuur. Uit angst maar ook uit liefde voor mijn moeder, word ik door mijn grootouders op een ‘zachte’ manier er buiten gehouden. 

Ik houd zielsveel van mijn grootouders en ik heb heel vaak medelijden met ze dat ze ‘tussen twee kampen’ zitten. Ik heb alleen nooit deze twee kampen willen maken. Ik heb voor mezelf gekozen om mezelf te beschermen. Deze ‘kampen’ laten alles in een neerwaartse spiraal terecht komen. Mijn grootouders zitten tussen mij en mijn moeder in, omdat ze allebei van ons houden en niet willen kiezen. Mijn moeder en grootouders houden deze kampen in stand, waardoor ik indirect via mijn grootouders nog steeds continu met haar te maken heb.

Voor mij wordt het hierdoor steeds moeilijker om het minimale contact dat ik met mijn moeder heb in stand te houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *