Deze blog is geschreven voor de rubriek ‘Rust in je KOPP’, waarin Judith Evelien – ervaringsdeskundige en auteur – vragen van volgers van Met Zonder Ouders beantwoordt. Een rubriek waarin herkenning, inzicht en praktische handvatten centraal staan.
Even een side-note: Ik heb dit blog geschreven vanuit mijn eigen kennis, ervaring en beleving. Zo is het mij gelukt om met aanverwante onderwerp mijn weg te vinden. Ik deel hoe ik ben omgegaan met bepaalde aspecten en hoe dit mij inzicht heeft gegeven en verder heeft geholpen. Het kan zijn dat dit voor jou misschien niet het geval is of op een andere manier het geval is. Hopelijk vind je er herkenning, aanknopingspunten en inspiratie in. Mocht je me hierover persoonlijk willen benaderen, dan staat mijn mailbox voor je open: mail@judith-it.nl.
Hoe zorg je ervoor dat je niet méér draagt dan goed voor je is? En waarom is het zo moeilijk om die grens hierin aan te voelen? Dat is een thema waar veel mensen met een KOPP/ KOV verleden mee worstelen. Vaak ook zonder dat zij hier erg in hebben omdat je nou eenmaal zorgzaam bent van nature en dit iets is wat je doet- of wat gebeurt zonder dat je hierbij nadenkt. Waarom? Omdat dit een systeem is dat ervoor zorgt dat je overeind blijft staan. Je hebt dat nodig, zodat het ook goed blijft gaan met jou. Zo helpend als dit ooit was, zo lastig kan het ook zijn omdat je hierdoor niet goed aan zult voelen wat nou goed is voor jezelf. Want de ander wordt voorop gesteld. Waarom is dit eigenlijk zo? Waarom voelt dit zo? Wat zit hierachter?
Dit systeem is in de vroege jeugd ontstaan
Dit is iets wat meestal niet slechts een kwestie is van ‘gewoon een zorgzaam karakter’. Het is een systeem die er in de vroege jeugd of op jonge leeftijd al in is geslopen. We gaan dan terug naar het jonge kind, de periode dat een kind nog volop gevormd wordt en ontwikkelt. En de periode dat de volwassenen in het leven van een kind het verlengstuk is van regulatie en het uiten van gevoel en emoties. Een kind heeft in zijn vroege jeugd zijn ouders nodig om uiting te kunnen geven aan hoe het zich voelt en dit in veiligheid zelf te leren ontdekken en uiten. We kennen allemaal de zogeheten peuterfase en de peuterpubertijd die veelal in het teken staan van driftbuien en ze ontdekken daarin de kracht van ‘’Nee’’. Dat zijn allemaal stapjes waarin hun wereld groter wordt en zij stapje voor stapje kennismaken met hun eigen persoontje en hun eigen ‘’wil’’, in die steeds groter wordende wereld. Naarmate ze wat ouder worden, maken de driftbuien en de ‘’Nee’’ plaats voor daaropvolgende fases waarin zij steeds weer een beetje dichterbij zichzelf komen en steeds meer stapjes maken om hun eigen plekje in de steeds groter wordende wereld te krijgen. Om tot een evenwichtige volwassene uit te kunnen groeien, heeft het jonge kind bij al deze stapjes een evenwichtige volwassene nodig die hen helpt deze regulatie via hen zelf te laten verlopen. Tot een bepaalde leeftijd zijn de ouders hierin hun verlengstuk.
Mama blij, kind blij
Wanneer er op dat moment een onveilige en/ of onstabiele situatie is, betekent dit voor een kind dat het zich niet los kan koppelen van zijn ouders en dat het in die zin enorm belangrijk is dat zijn ouders gezond en gelukkig zijn, zodat zij het evenwicht en de balans kunnen bieden om uit te kunnen groeien tot die evenwichtige volwassene. Het is zaak voor het kind dat dit rechtgetrokken wordt en daarom zal de prioriteit er vooral naar uitgaan dat het goed blijft gaan met de ouders(parentificatie) en stopt de ontwikkeling tot uitgroeien naar die evenwichtige volwassene. Want gaat het met de ouders goed, dan gaat het ook goed met het kind. Dat is de associatie die gelegd wordt en dat is waar de focus van het kind dan naar uitgaat.
Ouders zijn het verlengstuk van hun kind
Zij kunnen hun eigenbelang nog niet zelf aanvoelen en nastreven omdat zij nog te verbonden zijn met hun ouders, zoals eerder benoemd, ouders zijn het verlengstuk van hun kind. En zij zijn nog volop in ontwikkeling van hun eigen ‘ik’. Kinderen hebben hun ouders hierin nodig. Dat is bijvoorbeeld ook de reden van de eenkennigheidsfase en als kinderen wat ouder zijn, ze de aanmoediging van hun ouders nodig hebben om een volgende stap te kunnen maken. In een gezonde situatie is hier ruimte voor en worden kinderen hier in liefde, rust, in veiligheid en met aandacht in meegenomen zodat zij stapje voor stapje steeds meer autonomie en zelfstandigheid vergaren. Wanneer het daar mis gaat of wanneer die omstandigheden er niet zijn, betekent dit dat een kind stappen in de ontwikkeling over gaat slaan en dat is een stukje dat niet zomaar even ingehaald kan worden. De weg naar autonomie en zelfstandigheid is nodig voor het opbouwen van zelfvertrouwen en een gezond zelfbeeld. De puberende leeftijd is de fase waarin dit verder ontwikkeld zal worden en dat een kind zich verder los gaat maken van dat verlengstuk. Er zal verder worden gebouwd op de fundering die in de vroege jeugd is gelegd. De basis die daar is gelegd, zal dan verder tot uiting komen.
Gevolgen op latere leeftijd
Dat is de reden dat je op latere leeftijd zal merken dat je moeite hebt met grenzen aanvoelen/ geven… die zijn er toch om te overschrijden? Aan te voelen wat je nou zelf belangrijk vindt, wat goed is voor je, wat belangrijk is voor je. In relaties kan het zijn dat je een ‘pleasende’ rol aanneemt en je de ander altijd boven jezelf stelt. Dit zal ook herkenbaar zijn in de maatschappij en op het werk. Daar waar je in de pubertijd lekker de ruimte had moeten krijgen om verder te bouwen aan je eigen identiteit en lekker tegen de wereld en je ouders aan te schoppen en je eigen waarheid te ontdekken, daar was je vooral bezig met je hoofd boven water houden. In je jeugd zul je gemerkt hebben dat je je verantwoordelijk voelde voor je ouder(s) (parentificatie) en hoe dit zich nu door heeft getrokken naar allerlei andere gebieden.
Jij bent sterk als een ander zwak is
Wanneer een ander zwak is, zal dat jou triggeren om sterk te zijn. Ook op momenten dat je zelf misschien even niet zo lekker gaat. Wie is er dan voor jou? Jij zelf. Wat is jouw grens hierin? Ja, geen idee… dat heb je nooit geleerd! Voorgaande is wat je hebt geleerd en dat is wat veilig voelt voor jou. Dus automatisch ga je daar naar handelen. Dat maakt dat je het zo moeilijk vindt om hulp te vragen of om te praten en te delen over dingen die je bezighouden of die je moeilijk vindt. Je kwetsbaar opstellen voelt niet goed of je weet niet goed hoe dat moet. Sterker nog, jouw hardheid is jouw kwetsbaarheid. Al bedoel je dat helemaal niet zo en zorgt dat er vaak voor dat mensen jou als pittig of afstandelijk ervaren, terwijl dit allerminst zo is. Je bent juist heel gevoelig en meelevend, alleen als je dat op straat gooit, betekent dat je ondergang. Waarom zien en begrijpen mensen dat nou niet?! Nou ja, omdat je dit zelf ook niet altijd helemaal van jezelf begrijpt. Zomaar een paar dingen die wellicht herkenbaar voor je zullen zijn?
Als het goed gaat met een ander, dan gaat het goed met mij
Ooit was de prioriteit dat het goed bleef gaan met je ouder(s), deze is nu doorgetrokken naar iedereen om je heen. Als het goed gaat met een ander, dan gaat het goed met jou. Dat is wat je hebt geleerd en hierin is totaal voorbij gegaan aan jou zelf. Dat het met een ander goed gaat, heb jij dus nodig om het goed te laten gaan met jou. Dat levert een goed en vertrouwd gevoel op en zo treedt dit systeem telkens automatisch in werking op momenten dat je in aanraking komt met situaties waarin een ander zwakker is dan jij of die bij jou uitlokken om te gaan dragen. Het wakkert een onuitputtelijke draagkracht bij je aan. Je kunt het je niet permitteren dat het niet goed gaat met de mensen om je heen, want dat betekent jouw ondergang. Dat is hoe jouw systeem dit interpreteert en waar je dan naar gaat handelen. Zonder dat je er erg in hebt!
Ben je zorgzaam of kún je het niet anders?
Als je dat een beetje doorziet en begrijpt dan kan het zijn dat er een stukje van je identiteit niet meer herkenbaar voor je is. Want je hebt toch een heel zorgzaam karakter? Om maar even een voorbeeld te noemen. Ben je zorgzaam of kún je het niet anders? Nadat ik dit voor mezelf uit had geplozen, merkte ik dat ik veel zuiniger om wilde gaan met mijn afwegingen in mijn draagkracht. Ik had zelfs momenten dat ik het niet meer op kon brengen en ik een soort van compassiemoeheid ervoer. Zo moe was ik van al dat dragen, dragen en nog eens dragen, nadat ik dat eenmaal zo in kon zien.
Ik had maar twee schouders en die waren zwaar overbelast!
Waar maak je je druk om?!
Ik kwam erachter dat die zogeheten draagkracht meer een draaglast was. Dat hielp voor mij wel om makkelijker en efficiënter mijn afwegingen te maken. Ging ik handelen vanuit draagkracht of vanuit draaglast? Met andere woorden, had ik ruimte om te dragen of was dit er niet? Dat breidde zich weer uit tot: vond ik iets zin of onzin om daar mijn draagkracht voor in te zetten? En daar ging ik een beetje de mist in, want ja… iedereen heeft een andere referentiekader en iedereen gaat anders om met bepaalde stress/ spanning/ zorgen. Dat kan ik niet voor een ander invullen. Maar op basis daarvan heb ik weleens besloten om afstand te nemen in bepaalde situaties waarin dit voor de ander misschien niet helemaal eerlijk was. Puur uit zelfbescherming en onhandigheid omdat ik me geen raad wist met de dreiging dat ik mijn grens over zou gaan. Er was een tijd dat ik vond dat iedereen zich aanstelde en ik er moeite mee had om me in te kunnen leven in situaties waarvan ik dacht: ‘’Waar maaaaaaak je je druk om?!’’ Dat is natuurlijk niet helemaal fair, anderzijds van mijn kant uit, wel begrijpelijk.
Ik moest daar mijn weg in vinden
Dat is het gevolg van mijn eigen referentiekader en al dat dragen. Ik moest daar mijn weg in vinden. In plaats van op automatische piloot over te gaan om sterker te zijn dan een ander en in zorgmodus/ draagmodus te schieten, herkende ik deze drang nu als zijnde een steeds terugkerend patroon die ik ooit nodig had gehad om het goed te laten gaan met mij. Dat was nu niet meer nodig, maar was wel wat ik kende en waarvan ik wist hoe het moest en wat vertrouwd en veilig voor mij voelde. Daarnaast trad het in werking voor ik er erg in had.
Nu kreeg het de associatie dat ik niet belangrijk was. Ergens heel logisch, want op het moment dat je gaat zorgen voor een ander/ gaat dragen/ sterker zijn, cijfer je jezelf weg en is het gevolg daarvan heel zwart/wit, dat jij erop dat moment niet toe doet. Dat gevoel kon er eerst niet zijn vanwege de parentificatie die in stand hield dat ik een ander nodig had om dit te kunnen reguleren. Dus dat op het eerste gezicht nare, pijnlijke en verdrietige gevoel, is eigenlijk een heel mooi signaal. Het laat je de liefde voor jezelf voelen, het laat je het groeien van je eigenwaarde voelen. Een teken dat je zelfbeeld positief aan het bijstellen is en er ruimte komt voor zelfregulatie waarin je niet meer afhankelijk bent van een ander.
Ik kon nuance aanbrengen in mijn denken, doen en handelen
Doordat ik dit ging doorzien en begrijpen, kon ik weer nuance aanbrengen in mijn denken, doen en handelen. Dat gevoel bleef, maar de lading was eraf waardoor ik me hierdoor niet meer hoefde te laten belemmeren en hier meer vanuit zachtheid in mee kon gaan in plaats van weerstand en bevechten. Ik kon ervoor een ander zijn zonder dat dit ten koste ging van mijn eigen zijn. Wat dus niet zegt dat die weerstand er niet meer is, want dat popt nog steeds weleens op. Het gaat me niet op natuurlijke wijze af en ik moet hier bewust mee om blijven gaan.
Je associatie krijgt een andere betekenis
Zo zie je maar weer dat je er nog niet bent wanneer je bepaalde patronen van jezelf gaat begrijpen en doorzien. Pas dan komt er ruimte voor alles wat nooit de kans kreeg om er te zijn. Om er te laten zijn. Je krijgt dan oog voor het grotere geheel en dat kan best overweldigend en veel zijn. Laat jet niet ontmoedigen. Het hoeft ook niet in een paar dagen opgelost te zijn of anders te gaan. Je hebt al genoeg onveiligheid doorstaan.
Weten en begrijpen kan zo helpend zijn
Ook dit heeft weer tijd en ruimte nodig om te leren hoe hier weer naar te reageren en te handelen. Weten hoe het werkt en hoe het komt dat je voelt wat je voelt kan hierin al zo helpend zijn om dat vervelende gevoel toe te laten. Je weet nu immers dat je wel degelijk belangrijk bent en hoe je lichaam/ geest/ zenuwstelsel nog reageren vanuit een oud patroon/ systeem. Dat maakt dat je er niet meer bang voor hoeft te zijn en dat zorgt ervoor dat een vervelend gevoel, slechts een vervelend gevoel is zonder die extra lading die het eerder wél had.
Hieronder vind je een compact overzicht waarin je heel gauw de gevolgen en consequenties terugziet van wat het betekent voor je ontwikkeling in je vroege jeugd, hoe dit zich doortrekt in je volwassenheid en hoe dit met elkaar in verbinding staat wanneer je opgroeit in een onveilige jeugd waarin je ouders lange tijd je verlengstuk van zelfregulatie waren. Hier vind je een leeg schema en heb je de mogelijkheid het voor jezelf in te vullen en kun je voor jezelf wellicht rode draden en patronen ontdekken en herkennen die eerder nog onzichtbaar voor je waren.

