Sandra

Een inkijkje in mijn depressieve klachten

Depressieve klachten, ik had nooit gedacht dat ik ze zou hebben. Ik weet niet waarom maar ik dacht dat dat iets was wat anderen overkwam, niet mij. Ik zag mezelf als iemand die vrijwel ‘ongeschonden’ wist op te groeien in een moeilijke thuissituatie. Ook anderen in mijn omgeving zagen mij zo; als een veerkrachtig persoon. Toen ik dan ook voor het eerst met depressieve klachten te maken kreeg had ik dan geen idee of dit het dan was. Ook omdat ik altijd nog doorging met werken en studeren en dus nog functioneerde. In deze post vertel ik je meer over mijn ‘dip-dagen’ en hoe ik daar mee omga.

Mijn eerste depressie

Ik was 21, had mijn bachelor psychologie in the pocket en kwam net terug van een grote reis in Azië. Tijdens het reizen merkte ik al dat er iets aan de hand was. Ik werd angstiger en had soms enorme ‘dip-dagen’ waarop ik alleen maar op bed wilde leggen en niet wilde socializen met andere backpackers. Waar het precies aan lag wist ik niet, maar ik voelde me somber. Toen ik weer terugging naar mijn oude huis met mijn huisgenootjes en ik niets om handen had, voelde ik me steeds slechter. Het hebben van geen routine is voor mij een trigger om me down te voelen. Ik had veel te veel tijd om na te denken en wanneer ik daar eenmaal mee begin dan maakt mijn hoofd overuren. Tot een bepaald niveau kan ik nadenken over mijn leven zonder ongelukkig te worden, maar als ik nog dieper ga, komen er ongelukkige en pijnlijke gevoelens naar boven.

Ik kijk terug op mijn jeugd als een soort trauma. Er aan terugdenken is moeilijk en doet zeer. Een soort pijn die je kunt vergelijken met liefdesverdriet; pijn in de diepste lagen van je ziel. Hoe ga je om met het gevoel dat je ouders niet voor je hebben gekozen? Het gevoel dat jouw behoeften er niet te doen. Het gevoel dat je niet belangrijk bent. Ik wist niet hoe ik hiermee om moest gaan. Het feit dat ik geen werk of studie had op dat moment maakte dat al mijn negatieve gedachten de ruimte kregen om naar boven te komen drijven. Hiervoor hadden ze daar nooit de ruimte voor gehad. Na mijn slagen, ging ik namelijk meteen studeren en ik hield mezelf altijd bezig met baantjes en oppassen ernaast. Mezelf bezig houden, dacht ik, dat is belangrijk want anders gaat het mis. Toen ik dus niets te doen had was dat precies wat er gebeurde.

De meeste dagen spendeerde ik thuis, op de bank of in bed. Ik voelde me futloos, gevoelloos, had geen zin om af te spreken en ook had ik veel huilbuien. Als dagen een kleur hadden dan waren ze hier voornamelijk zwart. Soms forceerde ik mezelf om een rondje door te stad lopen. Dan liep ik met mijn ziel onder mijn arm; ik voelde niets en werd zelf niet blij van de zon. Normaal gesproken verandert mijn stemming mee met het weer. Is het grauw dan vind ik het lastiger om dingen te ondernemen en voel ik mij somberder. Is het zonnig dan kan ik bijna manisch een hele to-do lijst per dag afwerken en me super voelen. Een enorme gevoeligheid voor seizoenen en licht dus. Toen zelfs de zon geen geluksstofjes meer in mijn lichaam aanmaakte wist ik dat ik mij een dip bevond. Wel werkte ik nog 1 á 2 dagen per week bij Manfield, mijn bijbaantje destijds, maar ook daar gaf ik aan dat ik even met mezelf in de knoop zat en ‘niets voelde’. Ik ben enorm blij dat ik dat destijds heb volgehouden. Het dwong mij om uit te bed te komen en gaf mij wat voldoening.

Beginnen met een master

In de periode dat ik zoveel thuis zat had ik wel besloten dat ik door wilde studeren. Ook al wist ik niet precies wat ik wilde gaan doen – nog steeds niet en ik vind dat helemaal ok 🙂 – wilde ik in ieder geval dat papiertje halen. In de veronderstelling dat ik met een bachelor kinder- en jeugdpsychologie wel zou worden toegelaten tot de master orthopedagogiek had ik me voor niets anders dan deze master ingeschreven. En toen werd ik afgewezen,.. die zag ik even niet aankomen. Wat een bummer! Toen ik zag dat voor de master Maatschappelijke Opvoedingsvraagstukken de deadline nog niet was verstreken besloot ik me daar maar voor in te schrijven. Achteraf een hele goede keuze! Ik startte de master met mijn depressieve stemming en angstklachten maar heb me er toch doorheen geslagen. Vooral het presenteren of praten in groepen vond ik lastig en maakte mij angstig. Naarmate het jaar voorbij ging voelde ik me gelukkig steeds wel beter. Uit het studeren haalde ik weer voldoening en had was een fijne afleiding. Het was lang niet altijd makkelijk maar het lukte in the end.

Mijn eerste baan en een doorverwijzing

Na mijn afstuderen bleek ik hangen bij de Universiteit Utrecht. Ik was daar op een gegeven moment werkzaam als Onderwijsondersteuner bij Onderwijswetenschappen en later voor de lerarenopleiding. Door mijn weinige zelfvertrouwen kwamen mijn sociale angsten ook weer om de hoek kijken bij overleggen, of andere sociale bijeenkomsten (lunches, borrels etc). Ik ging daar enorm tegenop zien en voelde me niet mezelf. Hierdoor werden de depressieve klachten ook weer erger. Ik merkte dat ik veel lastiger mijn bed uit kon komen, wat voor een super ochtendmens als ik iets nieuws was. Daarnaast merkte ik dat mijn concentratie achteruit ging op mijn werk, maar ook dat ik lastiger keuzes kon maken. Of mijn geheugen; ik werd vergeetachtig, Dan ging ik bijvoorbeeld naar de supermarkt en had ik geen idee meer wat ik nou moest halen. Al snel besloot ik dat ik weer een doorverwijzing wilde voor de specialistische GGZ, want in de basis voelde ik me niet geholpen. Deze kreeg ik gelukkig snel van de huisarts.

Specialistische GGZ en antidepressiva

Al bij mijn intake gaf ik aan dat ik medicatie wilde proberen, antidepressiva dus. Dit wilde ik dolgraag proberen omdat dit kan werken bij zowel depressieve- als angstklachten en dat was net mijn combi aan klachten. Misschien vinden mensen het gek als ik zeg dat ik dit dolgraag wilde proberen. Dit zal ik alvast even toelichten. Na cognitieve gedragstherapie en EMDR dat beiden niet ‘werkte’ werd ik een beetje moedeloos. Ik kon me niet voorstellen hoe ik ooit een baan ging volhouden met mijn angst en depressieve klachten. Dit alles legde ik uit aan mijn psychiater en zij vond het prima dat ik antidepressiva (fluoxetine) wilde proberen. Toch moest ik ook naar een exposure-groep voor mijn angstklachten. Jammer genoeg waren mijn klachten te specifiek en merkte ik al bij de tweede keer dat het totaal niet effectief was voor mij.

Nu driekwart jaar verder slik ik nog steeds fluoxetine. Of het echt werkt, ik weet het niet want ik merk geen wereld van verschil, maar ik heb me ook zeker niet slechter gevoeld de laatste tijd. In het placebo-effect geloof ik ook heilig dus wie weet dat dat het geval is bij mij. Wel heb ik het idee dat ik er fysiek rustiger door ben, maar dat kan ook liggen aan het feit dat ik al een hele tijd niet meer echt gewerkt heb. Daar kon ik altijd heel veel stress van krijgen. Bij mij is het wel het plan om de medicatie op korte termijn weer af te gaan bouwen als ik weer een baan heb en als dat ok gaat. Nu ben ik niet echt bang dat het ‘weer’ fout gaat omdat ik selectiever ben in het zoeken van een baan. Ik wil iets waar ik echt gelukkig van word en waar ik energie van krijg, zodat de depressieve klachten ook minder snel / niet aanwezig zullen zijn. Natuurlijk heb ik nu ook nu nog wel eens met de medicatie down-dagen. Ik probeer ze nu alleen anders te benaderen; deze dagen zijn ok en mogen er zijn. Als het vandaag niet lukt, dan is er morgen weer een nieuwe dag. “Seek to be whole, not perfect.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *