maurice dt iZrKrIqJVG unsplash

Een plek om thuis te zijn – Rachel

‘Thuis is niet altijd een plek, hé’. Eén van mijn favoriete quotes uit het welbekende boek van De jongen, de mol, de vos en het paard (Charlie Mackesy). Een vriendin stuurde hem door en sindsdien denk ik er regelmatig aan. Het is een troostvolle gedachte, dat thuis niet per se een plek hoeft te zijn. Het kunnen meerdere plekken zijn of bij een persoon waar je van houdt. Maar ergens maakte het me ook verdrietig: ik wilde zo graag wél een plek hebben waar ik me fijn voelde, een plek die ik vol overtuiging ‘thuis’ kon noemen. Waarom hadden anderen dit wel en ik niet? Verdiende ik dat niet?

Als kind wilde ik altijd stiekem andere ouders en fantaseerde ik hoe het zou zijn om bij vriendinnetjes thuis te mogen wonen. Daar voelde ik me ontzettend schuldig over, maar achteraf denk ik dat dit wel duidelijk laat zien dat mijn ‘thuis’ eigenlijk niet het juiste voor mij was. Mijn thuis was niet bepaald home sweet home. En daar zijn nog meer voorbeelden van, maar daar wil ik in deze blog niet de focus op leggen: ik wil vertellen over het thuis dat ik nu ken. Een bijzonder plekje waar ik mag wonen. Ergens vind ik het ook lastig om hierover te vertellen, omdat dan kernovertuigingen, zoals ‘eigenlijk verdien ik dit niet’, en ‘ik doe anderen misschien wel pijn door mijn geluk te delen’ om de hoek komen kijken. Tegelijk weet ik dat mijn intentie achter dit verhaal van goede aard is. Ik wil je hoop geven, laten zien hoe het ook kan en inspireren door een luikje open te doen over de meest fantastische en liefdevolle personen die twee jaar geleden op mijn pad kwamen.

Ik durfde niet op mezelf te gaan wonen. Het zelfvertrouwen ontbrak me, ik kon de chaos in mijn leven niet overzien en de angst voor het onbekende overheersde. Ik had wel door dat de gezinssituatie waarin ik opgroeide een ongezond systeem was, maar ik zat er vast in en het was het enige waar ik vertrouwd mee was. Ergens had ik nog dezelfde kinderdromen om geadopteerd te worden of dat ik toch als baby verwisseld was in het ziekenhuis. Echter, ik was al 19 jaar geworden en wist dat als ik nu van huis weg zou gaan, ik er alleen voor stond. Dat ik dan ‘zelfstandig’ en ‘onafhankelijk’ zou moeten zijn. Dit alles maakte dat ik het dus niet bepaald zag zitten om op zoek te gaan naar een ander plekje, laat staan dat ik ineens naar de onbekende stad zou verhuizen waar ik ging studeren. Nee, dan maar liever in het zolderkamertje bij mijn ouders thuis, hoewel ik steeds meer een bloempje met hangende blaadjes werd, met te weinig zonlicht en te weinig regen.

En toen kwam er iets op mijn pad: een berichtje op facebook, over een plekje om te wonen. Mijn psycholoog had hem via via langs zien komen en moest gelijk aan mij denken. Ik? dacht ik verbaasd, nee, dat kan ik niet. Maar toch heb ik erop gereageerd en de volgende dag had ik al contact. Dit plekje -inmiddels mijn ‘huisje’- is niet zomaar een studentenwoning, maar een zelfstandige woonplek met een beetje steun van hele leuke bovenburen. Ja, die laatste kreeg ik er zomaar bij. Dit stel had de onderverdieping van hun huis laten verbouwen en verhuurde deze nu aan twee jongvolwassen meiden die een beetje extra gezelligheid en steun wel konden gebruiken. Hoe meer ik erover hoorde, hoe enthousiaster ik werd en plots besefte ik dat dit precies was wat ik nodig had. En dat vonden mijn ‘pleegouders’ (zo noem ik ze inmiddels vaak) (huisbazen klinkt ook zo afstandelijk) kennelijk ook, want we gingen verder kennismaken. Ik at een keertje mee, ik had een klik met het meisje dat er al woonde en een week later logeerde ik er een weekend. Allemaal stapsgewijs, niets te snel, ik mocht langzaam wennen. En een paar weken later ging ik verhuizen. Ik kon er zo in, ik hoefde alleen mijn kleren, dekbed en persoonlijke spullen mee te nemen. En toen ik voor het eerst op de bank plofte met een theetje, kwam het pas echt binnen: dit is de start van mijn herstel.

Tegelijk was het ook de start van een achtbaan aan emoties en een zwaar proces. Ik kwam uit de overlevingsstand en moest leren wat ‘normaal’ was. Daar ben ik nog steeds mee bezig en ik kan het je zeggen: dat is één grote confrontatie en het is zwaar pittig.

Daarbij kwam kijken dat ik net gestart was met therapie en er van alles bovenkwam. Pas nu konden die emoties eruit, nu dat ik eindelijk veilig was en er ruimte kwam om dit te verwerken. En ik had niet alleen de ruimte, ik had ook mensen om op terug te vallen als ik het zwaar had. Waar ik eerder meteen de boel moest wegstoppen en me maar op mijn huiswerk stortte, kon ik nu een belletje doen naar ‘boven’ voor wat stut en steun. Waar ik eerder stiekem in bed huilde, had ik nu de mogelijkheid om in de armen van iemand te huilen en een knuffel te krijgen. Waar ik eerder ingewikkelde dingen rondom verzekeringen en zorg vermeed, kon ik nu terecht bij mensen die met me meekeken en advies gaven. Het bloemetje dat er eerst slap bij hing, kreeg nu eindelijk genoeg water.

Het maakte me ook boos. Simpele dingen als samen een wandelingetje maken, gezellig een kopje thee drinken of samen boodschappen doen: het drong tot me door dat dát normaal was. En dat het zó simpel was. En dat mijn ouders in dat soort simpele dingen al tekort schoten. Was het dan zo moeilijk? Was ik deze moeite dan echt niet waard? Het maakte me verdrietig. Ik besloot het contact met mijn ouders stop te zetten. Een lastige keuze vanwege de welbekende loyaliteit tussen ouders en kind. Maar ook de enige goede keuze op dat moment. Het was tijd om voor mezelf te kiezen, om onder ogen te komen wat ik gemist had en om te werken aan mijn eigen leven. Natuurlijk vonden mijn ouders dat niet leuk en hebben nog steeds moeite met het feit dat ik zo weinig contact met ze heb. Ik kom alleen nog langs voor verjaardagen van mijn broertjes en zusjes die nog thuis wonen. Het is kiezen voor mezelf en mijn eigen gezondheid: ik heb lang genoeg de behoeften en wensen van mijn ouders boven die van mezelf gezet. Zij hadden voor mij moeten zorgen, maar nu mag ik leren om voor mezelf te zorgen.

En dat doe ik niet alleen. Inmiddels heb ik een fijne band met mijn ‘bovenburen’ opgebouwd en durf ik steeds meer van hun hulp en steun gebruik te maken. Hierdoor heb ik ook geleerd om andere mensen meer te vertrouwen. Ik woon eigenlijk op een soort oefenplek waar ik al mijn negatieve kernovertuigingen en vastgeroeste patronen kan uittesten en kan ombuigen. Ik leer dat andere mensen betrouwbaar zijn (de meeste dan) en dat ik geliefd ben. Dat ik het waard ben, dat ik mezelf mag laten zien. Elke dag word ik wakker en ben ik dankbaar, hoewel het ook hard werken is. Ik weet, dit is wat ik al die tijd gemist heb: een thuis. En op gegeven moment mag ik vanuit hier mijn vleugels uitslaan en op zoek gaan naar een nieuwe plek waar ik echt helemaal op eigen benen mag staan. 

 Misschien herken je je in delen van mijn verhaal, ook als je mijn andere blogs gelezen hebt. Misschien herken je de eenzaamheid, het verlangen naar een thuis en de struggles om voor jezelf te kiezen. Plekjes als waar ik woon zijn er niet veel en dat besef ik me. Hou je dan vast aan mensen om je heen die jou een warm gevoel geven. Misschien een gezin in de buurt, misschien een oom of tante die je begrijpt. Deel met hen je verlangen naar een thuis en vraag hen of ze mee willen lopen in jouw proces. Weet dat mensen dit met liefde willen doen en dat als je open bent in de verwachtingen die er zijn, je zoveel gemis kunt herstellen. Want ook jij verdient een thuis, des te meer als je jarenlang lang een fijn thuis hebt moeten missen. Thuis is soms een plek. Soms meerdere plekken tegelijk, soms meerdere mensen tegelijk. Maar thuis is altijd iets waar je recht op hebt. Vergeet dat niet.

Scroll naar boven