'Het verhaal van'

Ika schrijft: ‘Op mijn 36e was ik wees, en ook al heb ik mijn ouders nooit dood gewenst, mijn leven is sindsdien een stuk makkelijker.’

Mijn moeder klaagde altijd over mijn tantes. Die waren in haar ogen tuttig, omdat ze ‘alleen maar voor hun kinderen leefden’. Het viel me destijds niet op dat zij de uitzondering op deze regel was. Ik werd geacht het met haar eens te zijn, anders werd ze heel onaangenaam. Zo vaak zag ik mijn tantes trouwens ook niet, want we woonden op uren rijden van de rest van de familie. Dat was maar goed ook, want mijn moeder maakte vaak ruzie met haar familie, het meest met mijn oma. Die was in haar ogen ook tuttig, en bemoeizuchtig.

Mijn moeder was een vrolijke, charmante dame die altijd iedereen aan het lachen maakte met haar lef en haar humor. Helaas bezat ze geen greintje empathie. Had iemand (ik) het moeilijk, dan draaide ze de situatie om en gaf ze diegene zelf de schuld. Had iemand kritiek op haar, dan was diegene jaloers. Had iemand succes, dat stelde diegene zich aan. Deed iemand wat onbaatzuchtigs, dan wilde diegene aandacht. Ik neem het mijn moeder kwalijk dat ze me met dit mensbeeld heeft grootgebracht, omdat ik het daardoor nog steeds lastig vind om van het goede uit te gaan als ik iemand ontmoet. Dat mijn moeder een narcistische persoonlijkheidsstoornis had, heb ik pas ontdekt toen ik al lang volwassen was. Ik heb haar er nooit mee durven confronteren.

Mijn vader was een slimme, maar ongelukkige en kwade man. Na zijn dood vond ik een rapport waaruit bleek dat hij een IQ van 141 had. Hij maakte zelf computers en schreef computerprogramma’s. Hij huilde vaak als hij aan zijn projecten bezig was, als die niet verliepen zoals hij dat wilde. Soms schreeuwde hij dat hij zelfmoord wilde plegen. Ook als bijvoorbeeld de auto kapot ging, kon hij totaal instorten en zeggen dat hij dood wilde. Ik was daar dan bij, en wist intuïtief dat hij meende wat hij zei. Mijn moeder zei dat ik me niets van hem moest aantrekken. Soms lag mijn vader wekenlang depressief op bed en de sfeer in huis was dan te snijden.

Mijn vader zocht zijn heil in seks. Dat begon met het bezoeken van sauna’s en naturistencampings, mijn moeder en ik gingen dan ook mee. Op vakantie maakte hij ruzie met mijn moeder omdat ze niet mee wilde naar de parenclubs op de naturistencamping. Later begon hij porno te verzamelen, dat lag in het hele huis. Er waren ook andere dingen waar ik als kind te veel van mee kreeg, die misschien wat te heftig zijn om hier op te schrijven. Maar als we eens familie over de vloer kregen, herpakte mijn vader zich en deed hij heel normaal.

Toen ik twaalf was gingen mijn ouders scheiden. Voor mij was het een enorme opluchting dat mijn vader het huis uit ging, want als hij thuis was, was ik eigenlijk altijd bang. Ik hield toen nog veel van mijn moeder en verwachtte veel van het wonen met zijn tweeën. Maar een paar maanden later stelde ze haar nieuwe vriend al aan me voor. Achteraf kwam het door het leven met mijn vader dat ik toen bang was voor mannen. Ik heb het mijn stiefvader die eerste tijd niet makkelijk gemaakt, tot grote woede van mijn moeder, die me doodleuk vertelde meer van haar vriend te houden dan van mij. 

Rond die tijd begon ik op straat te hangen en te drinken. Ik kon mee naar huis nemen wie ik wilde en deed dat ook, want mijn moeder was altijd bij haar vriend. Ik kijk niet met trots terug op deze periode, maar gelukkig is het nooit echt misgegaan. Natuurlijk had dat wel makkelijk gekund, niemand lette op mij. Ik was achteraf het perfecte slachtoffer voor een loverboy.

Zodra ik mijn HAVO-diploma had, moest ik van mijn moeder bij mijn vader gaan wonen zodat zij met haar vriend kon trouwen. Mijn vader woonde toen net samen met zijn nieuwe vriendin, een lieve vrouw met aardige kinderen. Maar al gauw toonde mijn vader zijn ware aard en vertrok zijn vriendin, aan wie ik me in een paar maanden tijd behoorlijk gehecht had. Mijn vader begon weer over zelfmoord te praten en ook leefde zijn seksverslaving weer op: overal kwam ik porno en andere perverse spullen tegen. Ook verkocht hij zijn huis en kocht er geen nieuw huis voor terug.

Mijn moeder wilde me ook niet in huis nemen (‘dat gaat niet met je stiefvader’) dus dreigde ik dakloos te worden. Toen heeft ze geregeld dat ik bij een oom en tante kon gaan wonen tot ik 18 werd en op kamers kon gaan. Mijn vader ging bij mijn opa wonen. Die laatste paar maanden van mijn jeugd heb ik bij mijn oom en tante ervaren hoe het was om in een normaal gezin te wonen.

Ik kreeg een vriend, trouwde, kreeg kinderen, en al die jaren had ik gewoon contact met mijn ouders. Ik kon simpelweg niet ‘zien’ hoe ze waren. Zodra ik erover na begon te denken werd ik overmand door schuldgevoel. Pas toen mijn vader uiteindelijk toch zelfmoord pleegde, ik was toen al dertig, ging ik in therapie. Daar leerde ik langzaam wat normaal is, en wat niet. Ik begon wat grenzen te stellen bij mijn moeder, die daar razend van werd. ‘Die therapeut van jou is tegen mij,’ verweet ze me steeds. Ik zag steeds meer hoe mijn moeder echt was en was al moed aan het verzamelen om met haar te breken, toen ze ineens ongeneeslijk ziek werd. Ik heb haar in haar laatste maanden bijgestaan terwijl ik op een woord van spijt of inzicht wachtte. Maar dat is nooit gekomen. Op mijn 36e was ik wees, en ook al heb ik mijn ouders nooit dood gewenst, mijn leven is sindsdien een stuk makkelijker.

Ik ben blij dat ik niet veel psychische klachten aan mijn jeugd heb overgehouden, met veel dank aan mijn psycholoog. Ik slaap alleen nog slecht, word ’s ochtends vroeg soms in paniek wakker, een vorm van PTSS. Toch overheerst de dankbaarheid, dat ik zelf geen perfecte, maar gelukkig wel een redelijk normale ouder ben.

NB: Dit verhaal is geschreven door een gastblogger. Wil jij ook eens een blog schrijven voor ‘Met zonder ouders’? Stuur dan een mailtje naar info@metzonderouders.nl voor meer info.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *