Jouw ouders zijn zulke leuke mensen! – Eva

Toen ik 17 was heb ik een tijd achter de bar gestaan in het dorp waar ik vandaan kom. Gelukkig waren de meeste mensen die aan de bar zaten redelijk beschonken waardoor ze niet heel erg op mijn gezicht lette als er weer eens iemand zei: “Jouw ouders zijn zulke leuke mensen, zo goed voor anderen!”. Tegen die leeftijd kon ik het steeds lastiger verbergen wat ik er van vond en hoe het thuis ging (hoe stevig het er ook in gedrild was dat je de vuile was niet buiten mocht hangen). Als ik er weer eens iemand kwam met zulke uitspraken kon ik alleen maar denken: “Je moest eens weten….”.

Ik voelde me zo afschuwelijk alleen in die tijd. Niemand wist hoe het er bij ons thuis aan toe ging en die me kon zeggen dat het niet mijn schuld was. Omdat ik me heel vaak flink ellendig voelde wist ik dat ik iets moest doen om te voorkomen dat ik zelf ‘gek’ zou worden of het letterlijk niet zou overleven. Ik ben dus jong het huis uit gegaan, hoe moeilijk dat ook was wetende dat ik ook iemand achter liet. Ik kon het niet meer volhouden en alles in mij riep dat ik er weg moest. Alleen in een huisje waar ik enige controle had, was altijd nog beter dan ‘thuis’ alleen. Gelukkig kreeg ik de kans om relatief gemakkelijk uit huis te gaan en leek dat voor mijn ouders ook logisch toen.

Ik ging al jong studeren en ging in een studentenhuis wonen met drie andere meiden. Hun ouders waren zo anders dan de mijne. Ik deed lang alles om mijn twee werelden maar niet in aanraking met elkaar te laten komen. Uit schaamte en angst. De ouders van mijn huisgenoten waren allemaal hoogopgeleid en stonden er financieel goed voor; mijn ouders hebben hun leven lang schulden gehad en dat ze minder vermogend waren was ze goed aan te zien. Ook was ik bang: stel dat ze wel door zouden hebben hoe ze waren? Wat als ze daardoor ook iets over mij gingen denken? Dat ze mij ook gek zouden gaan vinden…. Het is immers mijn familie. Daarnaast was er ook nog de mogelijkheid dat ze ook zouden denken dat het leuke mensen waren….dan zou ik ook in dit huis weer de schijn op moeten houden. Maar eigenlijk deed ik dat natuurlijk al lang…

Tot op de dag van vandaag houd ik veel van mijn leven gescheiden van mijn wereld van vroeger. Zelfs zo gescheiden dat iets als een trouwfeest eigenlijk uitgesloten is. Ik heb gelukkig een hele fijne partner en zijn familie is heel prima. Als we zouden trouwen zouden we uiteraard zijn familie aanwezig willen hebben. Maar…..mijn familie niet. Dan zou het voor mij geen feest kunnen zijn. Tegelijkertijd zie ik het ook niet zitten om het zonder ze te doen. De gedachte alleen al dat mensen gaan vragen waarom ze er niet zijn (waaronder mijn schoonfamilie) zou voor mij ook maken dat het geen feest is. En ik zou me nog schuldig gaan voelen ook…

Het is niet aan de buitenkant te zien hoe mijn ouders zijn, qua mentale problematiek. Hier en daar valt wel wat op, zoals enige beperking en dat ze arm zijn, maar de meeste mensen trekken verder geen conclusies. Vaker trekken mensen dus de conclusie dat het ‘zulke leuke mensen’ zijn. De mensen om mij heen die het meest belangrijk zijn weten wel hoe ze echt zijn gelukkig. Toch heeft het ook voor bijvoorbeeld mijn partner lang geduurd voordat hij het echt zag. De beperking was op zich wel te zien, maar de nare trekjes en de onvoorspelbaarheid wisten mijn ouders lang goed verborgen te houden. Toen ze voor het eerst eens echt door dan mand vielen waar mijn partner bij was voelde ik veel schaamte en verdriet maar ergens ook opgelucht. Hij bevestigde wat ik zag en bevestigde daarmee: je bent niet alleen, je bent niet gek en: het ligt niet aan jou. Hoe bizar dat het toch goed was dat hij het ook meemaakte. Ook al wil je dat natuurlijk nooit voor een ander.

Nog steeds vind ik het lastig als mensen liefdevol over hun ouders praten en hoe belangrijk ze zijn voor hen. Ik gun iedereen fijne ouders uiteraard maar het blijft toch ook pijn doen dat je dat zelf niet gehad hebt. De gedachte aan de last die het voor jou is en het gemis van wat anderen hebben is blijvend moeilijk. Levend verlies is wat mij betreft heel passend om het deels mee te omschrijven. Voor de aanhoudende last die ze in je leven brengen heb ik nog geen mooie term gevonden – het is een soort permanente ingewikkelde familiebeperking. Met zonder ouders dus.

Inmiddels ben ik gewoon eerlijk in het praten over mijn ouders en wat het met me doet bij de meeste mensen om me heen. Ook belangrijke collega’s weten dat ik geen ideale thuissituatie had en dat ik geen band met mijn ouders voel zoals zij dat kennen. Onlangs vroeg een lieve collega aan me: “Wat doet dat eigenlijk met jou als ik zo over mijn vader praat?”. Alleen al die vraag geeft je zo het gevoel gezien te worden. Het hoeft helemaal niet voortdurend over mij te gaan en deze vraag hoeft ook zeker niet altijd aan mij gesteld te worden maar het feit dat ze het bedenkt geeft zo’n erkenning. Daar probeer ik ook maar aan vast te houden als ik er last van heb. Ik heb een ‘gekozen familie’ in vrienden, en dus zelfs sommige collega’s, en zij zien mij en zijn er voor mij. Ik ben meer dan de familie waaruit ik ontstond en mijn stem is het waard om gehoord te worden. 

Scroll naar boven