Moeilijke jeugd

Merel schrijft: ‘Een foutje maken of het niet perfect doen. Het voelt voor mij als het einde van de wereld’.

Als kind leerde Merel al dat het thuis absoluut ‘not done’ was om een foutje te maken. Als ze bijvoorbeeld iets vergeten was op te ruimen of iets per ongeluk liet vallen zei haar moeder dat ze dat expres deed om haar het leven zuur te maken. Ze voelde zich daarom vaak gefaald en vindt het nu nog steeds lastig als ze een foutje maakt. Op dat soort momenten voelt ze zich weer het kleine meisjes dat nooit iets goed kon doen – en die overtuiging zit heel diep.

Het bekertje thee bij de psycholoog

Het is weer vrijdagmiddag en ik zit bij mijn psychologe voor mijn wekelijkse gesprek. We hebben het over fouten mogen maken, niet perfect kunnen zijn en mogen leren. Drie dingen waarvan ik weet dat het mag en bij het leven hoort, maar voor mijn gevoel werkt het niet zo. In ieder geval niet voor mij. Ik probeer uit te leggen wat het betekent voor mij als ik een fout maak of iets niet gelijk 100% goed doe, maar krijg de juiste woorden er niet voor gevonden. En dan, alsof het zo had moeten zijn, stoot ik per ongeluk mijn bekertje thee om over het tafeltje op de grond. Nu denk je misschien, het is toch maar een bekertje thee? Wat heeft dat nu te maken met wat je hierboven hebt beschreven? Nou, ik kan je zeggen, heel veel… Het gaf namelijk op dat moment heel goed weer wat het maken van een fout(je) voor mij betekent.

“Sorry, ik deed het niet expres. Soms kan ik ook zo onhandig zijn, maar ik ruim het zo wel op, écht! Zal ik anders nu even een doekje pakken?” vroeg ik. Ondertussen spant heel mijn lichaam zich aan, prikken de tranen achter mijn ogen, schiet mijn hartslag omhoog en laat ik mijn haar deels voor mijn gezicht vallen. “Het is maar water, dat ruim ik straks wel op. Dit overkomt mij nu ook zo vaak. Ik ben eigenlijk wel blij om te zien dat jij ook maar een mens bent. Maak je maar niet druk, komt goed!” zei mijn psycholoog.

Volgens mij ziet ze dat het van alles met me doet en ze benadrukt nogmaals dat het niet erg is. Dan merkt ze op dat het eigenlijk wel toepasselijk is dat dit nu net gebeurt op het moment dat we het er over hebben én dat het waarschijnlijk veel meer met mij doet dan ik laat merken. Niet veel later barst ik in tranen uit, wend me van haar af, zeg nogmaals sorry en geef aan dat ik wil gaan. Ik had het gevoel compleet mislukt te zijn, ben voor mijn gevoel gefaald in het leven en wilde het liefste letterlijk verdwijnen. Dit is precies het gevoel wanneer ik een foutje maak of het niet 100% perfect doe: het voelt voor mij als het einde van de wereld. Samen bespraken we wat het met me deed, hoe ik dacht dat zij nu naar me keek en hoe er vroeger thuis werd gereageerd op zo’n foutje.  Vanuit hoe er vroeger werd gereageerd kon ook worden verklaard waarom het maken van een relatief klein foutje zoveel met mij doet.

Volgens mijn moeder kon ik nooit iets goed doen

De bovenstaande situatie deed zich vroeger thuis ook wel eens voor. Tijdens het ontbijt stootte ik mijn beker melk wel eens om, tijdens het inschenken liet ik de beker soms overlopen of ik verloor mijn balans terwijl ik een beker drinken vast had waardoor het op de grond belandde. Dit overkomt alle kinderen (en volwassenen) en doe je niet expres. Toch werd daar door mijn moeder regelmatig anders over gedacht. Ik wilde volgens haar expres haar het leven zuur maken, want nu moest zij het weer opruimen en ze had net gedweild. Of ik kreeg te horen dat ik ook nooit iets goed kon doen, dat alleen zij zulke kinderen had en dan kreeg ik vervolgens de beker richting mijn hoofd. Mijn moeder reageerde ook zo in andere situaties, wanneer ik mijn spullen niet had opgeruimd of vergeten was om iets te doen. Al deze (kleine) situaties hebben ervoor gezorgd dat ik als kind al leerde dat het absoluut ‘not done’ was om fouten te maken, want ik was anderen hiermee tot last, werd volledig afgekeurd en was compleet gefaald als mens. Die overtuiging is er diep ingeslopen en achtervolgd me nu nog steeds.

Reageren vanuit mijn ‘kind-ik’

Ik mag dan wel in een volwassenlichaam zitten, maar de reactie op het maken van foutjes is nog steeds hetzelfde als die van de kleine Merel. Die is namelijk super bang, bang voor de dingen die gezegd kunnen worden, bang voor de voorwerpen die worden gegooid, bang om de ander teleur te stellen. Die wil het liefste verdwijnen en vluchten naar een veilige plek waar ze alleen kan zijn. Vooral nu ik ouder word merk ik hoe erg het niet mogen maken van fouten mij belemmert. Vaak lukt het me niet om aan dingen te beginnen, of stel ik dingen zo lang uit dat ik het wel MOET doen, of ik doe dingen gewoon niet. Zo lang ik er niet aan begin kan ik ook geen fouten maken, is mijn gedachte dan. Niet helemaal logisch, want als je het niet maakt ‘faal’ je ook. Maar in mijn hoofd is het zeker weten dat ik faal veiliger dan het misschien wel kunnen falen. Ik vind het lastig om uit te leggen, maar denk wel dat je snap wat ik bedoel als je het herkent.

Gevoelens van boosheid

Ergens maakt het me ook wel een beetje boos. Boos over het feit dat het omstoten van een bekertje gezien werd als iets dat ik expres deed. Boos over het feit dat mijn hele lichaam nu nog op ‘aan’ gaat op het moment dat ik iets verkeerd doe, ook al weet ik dat ik in een veilige setting ben. Boos over het feit dat ik nu, als volwassene, zo bang ben om fouten te maken dat ik compleet bevries op het moment dat er iets van me wordt verwacht en vervolgens maar niks meer doe. Boos dat het omstoten van een bekertje ervoor zorgt dat ik voor mijn gevoel ‘sorry’ moet zeggen voor mijn menselijk bestaan. Het heeft heel wat jaartjes geduurd voordat ik überhaupt voelde dat ik boos was, maar nog steeds is het een soort van verboden emotie. Of ja, boos zijn op anderen is verboden, want boos zijn op mezelf kan ik soms iets te goed. Ik ben er nog niet helemaal over uit wat ik nu aan moet met de boosheid die af en toe om de hoek komt kijken, aangezien ik ook gewoon niet zo goed weet wat ik er mee moet.

De vinger op de zere plek

Mijn reactie in de kamer bij mijn psychologe ging niet over het omstoten van dat (stomme) bekertje thee. Voor mij was het niet iets kleins wat er daar gebeurde, het legde de vinger precies op de zere plek die vroeger is ontstaan en er werd even heel hard opgedrukt. Wat ik hiermee wil zeggen is dat dingen die voor anderen misschien heel klein en menselijk lijken, zoals het maken van foutjes, voor jou als KOPP-kind kan voelen als het einde van de wereld. En dat komt niet doordat jij je aanstelt of dingen groter maakt dan dat ze zijn of dat jij iets niet kan, nee absoluut niet. Het komt doordat jij als kind andere ervaringen hebt opgedaan waarin jij hebt geleerd dat menselijk zijn eigenlijk niet mag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *