Over traplopen en tijd – Rachel

Ik ben iemand die het liefst zo snel mogelijk een trap op rent. Steeds sla ik een tree of twee over en dan sta ik buiten adem boven. En daar blijft het niet bij: ik heb wel vaker de neiging om dingen snel te doen. Een paar jaar aan gebeurtenissen kan ik in een paar minuten samenvatten. Ik check mijn e-mails terwijl ik ontbijt en poets mijn tanden terwijl ik een boodschappenlijstje maak. Soms kom ik nat van het zweet thuis en bedenk ik me dan pas dat ik ook wel wat rustiger aan had kunnen fietsen…

Grappig genoeg vinden mensen die me kennen me vaak geduldig en kalm overkomen. Ergens klopt dat ook wel. Ik vind het oprecht niet erg als mijn vriendin wat later komt opdagen of onze afspraak vergeet. Ik neem de tijd om de verhalen van mijn broer aan te horen, ook al kan hij niet kort en bondig vertellen. Ik wacht rustig tot anderen (eindelijk) klaar zijn om naar de stad te gaan om een ijsje te halen. Dat de ander niet kan zien dat ik ondertussen heel gespannen ben en alleen maar bezig ben met de tijd, vind ik ook wel fijn. Wel is het vermoeiend. Ik zou graag zo ontspannen kunnen zijn als ik er uit zie, zoals ik op anderen overkom. En bovenal zou ik wat geduldiger met mezelf willen zijn. Want de tijd die ik in anderen steek, het geduld dat ik met hen heb: dat heb ik echt niet voor mezelf. Ik gun mezelf zo weinig (vrije) tijd om te rusten en om op adem te komen.

Ergens is het ook de economie waar we in leven. Het kan niet snel genoeg, het kan altijd beter en efficiënter. Maar, voor mij komt de druk die ik op mezelf leg vooral voort uit mijn vroegere thuissituatie. De continue spanning die er was heeft ervoor gezorgd dat mijn systeem altijd ‘aan’ staat en nog steeds af en toe flink op hol kan slaan. Ik vang ieder klein geluidje op, zit vaak op het puntje van mijn stoel, klaar om in actie te komen als dat moet. Ook als dit totaal niet nodig is. Het zit in me, ik ben zo gewend om aan de details te horen en te voelen hoe mensen erbij zitten, hoeveel ruimte er is voor een grapje, wat er nodig is om de boel weer in balans te brengen. Altijd ‘aan’ staan: het was een handige eigenschap om te overleven. Maar nu werkt mijn ‘alarmbelletje’ me vooral tegen: het is immers ook belangrijk om uit te rusten en af en toe te niksen.

Mezelf dwingen om te ontspannen, tja, dat gaat natuurlijk ook niet werken. In de rust heb ik bovendien juist iets te veel tijd om te gaan piekeren. Vrije tijd kan daarnaast ook heel bedreigend voor mij voelen. Ontspannen is echt iets wat ik nog moet leren en de laatste tijd ben ik daar veel mee bezig in therapie. Door middel van psychomotorische therapie maar ook door fysiotherapie leer ik mijn lijf veel beter kennen. En een paar weken terug begon het kwartje echt te vallen: er zitten zoveel herinneringen in mijn lijf opgeslagen. Echt, spanning van jaren terug, pijn van heel lang geleden. Mijn hoofd is het allang vergeten maar zoals de bekende uitspraak ook wel klinkt: the body keeps the score.

Het gaat niet helpen om de trap op te rennen en ondertussen treden over te slaan. Ik wil bovenaan staan, heb resultaat voor ogen, wil van de pijn af zijn, niet meer denken aan vroeger. Ik wil kunnen ontspannen, lachen, leven, zelfverzekerd zijn, liefhebben en liefde kunnen ontvangen. En dat zijn hele mooie doelen. Maar het is ook veel. En daarom moet ik langzaam de trap oplopen. Stapje voor stapje mezelf en het leven ontdekken. En daarbij niet stiekem de lastige treden niet vermijden. Want zolang het stapje daarvoor goed aansluit, er niet teveel afstand tussen de treden zit, gaat het echt lukken om de volgende stap te zetten.

Voor mij is zo’n lastige trede het voelen van mijn lijf en de emoties die daarmee gepaard gaan. Het is niet fijn en het gaat me zeker niet snel genoeg. Maar de enige weg is er dwars doorheen.

Het is een marathon, zoals mijn psycholoog me vaak zegt. En ik ben een sprinter, lach ik dan terug. Maar ergens weet ik dat dat niet waar is. Ik heb zoveel veerkracht en uithoudingsvermogen. Af en toe ga ik flink onderuit, maar ik sta ook altijd weer op. Het mooiste cadeau dat ik mezelf onderweg op mijn reis kan gunnen, is tijd. Zonder tijd kun je geen reis maken. Zonder tijd kom je niet ver. Je mag de lat laag leggen. Stapjes haalbaar maken. Zorgvuldig en vol geduld naar jezelf kijken, juist als er nog een beschadigd klein kindje in je woont. Aan een jong plantje moet je ook niet trekken als je wilt dat het groeit, dan gaat het juist kapot. Geef het wat water, wat zon, wat liefde en druk er af en toe een kusje op. Dan komt het echt wel goed.

Scroll naar boven