'Het verhaal van'

Rosa schrijft: ‘Voor de buitenwereld waren we de perfecte familie, maar niemand wist wat zich achter de muren van deze burcht afspeelde.’

Als ik mijn ouderlijk huis weer voor me zie, zie ik een burcht. We woonden aan het water en we hadden één voordeur. Achter hadden we een klein tuintje die was omringt door muren. Je kon alleen bij de voordeur naar binnen. Het huis was klein en donker, want we hadden welgeteld vier ramen. Twee naar de straatkant en twee naar de tuin toe. Voor de buitenwereld waren we de perfecte familie, maar niemand wist wat zich achter de muren van deze burcht afspeelde. Als er iemand op bezoek kwam, werd er altijd heilige wereldje gespeeld.

In deze burcht had mijn moeder haar familie lekker dicht bij elkaar. Ze kon alles goed in de gaten houden, alles was dicht bij elkaar. Ik deelde een kamer met mijn drie jaar oudere broer. Twee kasten deelde de kamer in tweeën. Precies naast ons, achter een holle gehorige muur, sliepen onze ouders. We hadden nooit privacy, nooit ons eigen deel. Mijn moeder regeerde in deze burcht. Zij bepaalde wat er gebeurde en daar had niemand iets over te zeggen. Iedereen was bang voor haar, zelfs mijn vader.

Mijn moeder zei altijd dat we een team van vier waren. Alhoewel mijn vader eigenlijk nooit echt in beeld was toen ik klein was. Volgens mij wilde hij helemaal geen kinderen. Hij noemde ons altijd de “hobby” van onze moeder. Voor het slapen kwam hij nooit ons welterusten zeggen. Als hij voorlas, sloeg hij bladzijdes over. Hij heeft nooit gezegd; “Ik hou van je” of “Ik ben trots op je”. Ik neem het mijn vader nog steeds kwalijk, dat hij nooit voor ons opkwam en alles op zijn beloop liet gaan. Ik geloof nog steeds dat mijn ouders een soort geheim pact hebben met elkaar. Ze kunnen niet met elkaar zijn, maar ook niet zonder elkaar.

In de burcht liepen wij op eieren, want bijna alles was als een vlammetje bij een gasbron voor mijn moeder. Hierdoor heb ik onzichtbare voelsprieten ontwikkeld, die waren getraind de sfeer, emoties en lichaamstaal van mijn moeder te lezen om zo confrontaties te voorkomen. Ik was bang dat mijn moeder niet meer van me zou houden als ik iets verkeerd deed. Ze kon uitermate boos worden, maar ook huilen. Vooral schuldgevoelens aanpraten was haar manier om mensen te manipuleren. Ik voelde me verantwoordelijk voor haar geluk, omdat ik kon inzien hoe belangrijk haar kinderen voor haar waren. Kinderen hebben, was haar reden van bestaan.

Deze burcht werd voortgezet in de vakanties. Alleen werd de burcht omgetoverd tot een nog kleinere ruimte: een camper. In de zomer gingen we altijd belachelijk lang op pad. Ik kon nooit afspreken met vriendjes of vriendinnetjes, omdat we echt bijna alle vakanties lang weg waren. Hierdoor had ik eigenlijk nooit vrienden, want thuis uitnodigen was ook een gedoe en naar vrienden toe gaan ook.
Mijn moeder leefde voor deze vakanties. Thuis was weinig mogelijk, maar op vakanties leefde mijn moeder op. Alle leuke herinneringen aan mijn kinderjaren waren in de vakanties. Mijn moeder was minder vaak boos en ik zag de vakanties als een verademing, ook al zaten we nog meer op elkaars lip in deze kleine camper. Mijn moeder was echt gelukkig op vakanties. Ze had iedereen voor zichzelf en had in de vakanties het leven wat ze werkelijk wilde. Ik vond het vreselijk om na een lange vakantie weer terug te keren naar de burcht. Dan begon alles weer van voor af aan en mijn moeder was dan extra gevoelig als we thuiskwamen van vakantie.

Hoe ik de tijden in deze burcht heb kunnen volhouden is mede te danken aan mijn grote fantasie en mijn introverte karakter. Ik heb natuurlijk vroeg geleerd, als je dingen niet verteld, kan het ook niet tegen je gebruikt worden. Het was mijn zelfbescherming strategie en daarom denk ik dat ik best oké uit deze situatie ben gekomen.
Voor mezelf had ik mijn thuissituatie duidelijk gemaakt: Ik was gewoon een foutje. Eigenlijk was ik bedoeld voor een boze heks die kinderen wilde en de postbezorger had mij met een ander kindje verward. Nu had de boze heks het kindje wat voor mijn ouders was bedoeld en mijn ouders hadden ineens mij. Ik paste er gewoon niet tussen en dat was de meest voor de hand liggende verklaring voor mij destijds. Daarom was met name mijn moeder zo boos op mij als ik iets kleins verkeerd deed. Ik was gewoon een heksenkind en daarom lukte het haar gewoon niet om van me te houden. Ik had er trouwens best vrede mee, want een heks zijn vond ik stiekem wel heel spannend. Voor mijn gevoel klopt deze “theorie” nog steeds.

Mijn kinderjaren in deze burcht heeft me gemaakt tot een volwassene die continu op zoek is naar goedkeuring voor wat ze doet en wie ze is. Ik ben bijna gemaakt om te pleasen. Als ik niet gewenst gedrag vertoon, ben ik mislukt en houdt niemand van me. Dat is wat me is aangeleerd. Stukje bij beetje breek ik de burcht in mijn hoofd af en voel ik langzaam de zon op mijn gezicht schijnen en kan ik teugen buitenlucht in mijn longen voelen. Ik ben er nog lang niet, maar ik ben zo trots op mezelf dat ik uit deze burcht ben ontsnapt.

Nog steeds geloof ik dat mijn moeder van me houdt, maar op haar eigen vreemde manier. Ik kan er niet met mijn hoofd bij en zal er ook nooit bij komen. Het gevoel van liefde wat zij kent, uit zich in veel verschillende vormen naar mij toe. De ene keer krijg ik een hele dwingende mail. De andere keer krijg ik zo’n lief bericht, dat ik me weer schuldig voel. Dit maakt mij heel verward, maar ook bang omdat ze onvoorspelbaar is. Ik hou me op een veilige afstand uit angst dat ze me terug de burcht in trekt. Als ik haar een vinger geef, grijpt ze mijn hele hand. Zij begrijpt mijn afstand nog steeds niet en kruipt vaak in haar slachtofferrol. Dat is het moeilijkste wat ik op dit moment ervaar: het gevoel dat ik schuld ben aan haar ongeluk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *