Sandra

Verhuizen verhuizen en nog eens verhuizen

Ik ben er zelf nog steeds niet achter waar ik nou echt goed in ben, maar ik weet wel dat mijn moeder heel goed is in verhuizen. Het is een van de impulsieve uitingen van haar borderline persoonlijkheidsstoornis. Naast dat haar borderline mij veel emotionele schade heeft opgeleverd, was het verhuizen meer een fysiek – wij verkassen weer van A naar B – negatief gevolg van haar stoornis. Nergens leek het goed genoeg.
Vroeger verhuisden wij om de haverklap en terwijl ik al jaren in Utrecht woon, verhuist zij nog steeds om de zoveel tijd. Als ik zelf kinderen zou hebben zou ik het ze nooit aandoen om zoveel te verhuizen. Telkens naar een nieuwe school gaan en nieuwe vriendjes moeten maken was namelijk altijd spannend. Dan heb ik het nog niet eens over het feit ik iedere keer weer moest wennen aan het slapen op een andere kamer, het wonen in een nieuwe buurt en het sporten bij een nieuwe sportvereniging.

Where it all started

Ik ben geboren in Linschoten, een dorpje niet heel ver van Utrecht. Dit is zo’n klein gemoedelijk dorpje maar toch besloot mijn moeder er na de dood van mijn vader weg te gaan. Op zich begrijp ik dat wel. Weg uit het huis waar ze met onze vader tijden had gewoond. Mijn moeder ontmoette mijn stiefvader en we verhuisden met z’n vieren naar Maarssenbroek. Mijn opa en oma van mijn moeders kant woonden hier namelijk ook. Ik denk dat het daarmee te maken had, dat ze dichterbij haar ouders wilde wonen. De relatie met hen was echter zeer complex. We woonden nog geen half jaar in Maarssenbroek toen besloten werd naar Apeldoorn te verhuizen. Mijn stiefvader werkte namelijk in Apeldoorn. Hier heb ik een deel van de basisschool en mijn gehele middelbare school doorlopen. Ik weet nog goed dat mijn kamer in dit huis volledig lila was. Mijn moeder vroeg namelijk welke kleur ik op mijn kamer wilde. Ik antwoordde lila en trof mijn kamer later dan ook volledig lila aan (muur, vloeren, luxaflex etc.) Er is geen sprake van een middenweg bij mijn moeder, het is alles of niets. Zwart of wit (of lila).

Daar gaan we weer…

Ik weet eigenlijk niet eens waarom maar toch moest er weer verhuisd worden, dit keer naar een klein dorpje buiten Apeldoorn. Mijn broertje en ik gingen weer naar een nieuwe school. Gelukkig waren wij kinderen zonder al te veel aanpassingsproblemen en ging dit wennen toch iedere keer wel weer soepel ondanks het feit dat ik zeker niet stond te springen om te verhuizen. Niet meer dan 2 jaar later verhuisden wij weer, terug naar ons oude ruime huis. Het was destijds nog niet verkocht dus daarom konden we gewoon weer terug. Wel een beetje gek toch?! Mijn moeder en stiefvader besloten dat mijn broertje weer naar zijn oude school terugging en ik bleef op de school in het dorpje naast Apeldoorn.

Het gras moet groener

Aan het verhuizen kwam nog geen einde. Ik weet ook hier niet precies meer waarom maar we verhuisden naar een kleiner huis een wijk verderop. Ik ging inmiddels naar de middelbare school. In dit huis heb ik zo goed als mijn gehele middelbare schooltijd gewoond – godzijdank! In totaal ben ik tussen mijn 8e en 18e 5x verhuisd binnen drie verschillende woonplaatsen. Iedere keer was wel er wel weer iets wat er niet goed was aan het huis waardoor mijn moeder wilde verhuizen. Hier komt het zwart-wit denken van borderline sterk naar voren vind ik. Het kon iets heel kleins zijn maar groot genoeg voor mijn moeder om ervoor te verhuizen. Het gras móest ergens anders toch groener zijn? Zo kan ik me herinneren dat het eens om het uitzicht van het keukenraam ging of om een boom waardoor in onze tuin teveel bladeren kwamen te liggen.

Haar geluk voorop

Ik had destijds al wel door dat wij super vaak verhuisden en vond het erg overdreven. Daarnaast kon ik me doodergeren aan het feit dat ze uren spendeerde aan huizen kijken op Funda. Dit zorgde ook voor onrust bij mij vanwege de gedachte dat we binnenkort misschien weer zouden verhuizen. Nooit wist ik zeker of we ergens zouden blijven wonen. Ik kan me nog goed herinneren dat ze, in het laatste huis waar ik nog thuis woonde, een aantal keer liet vallen terug te willen naar ons gemoedelijke geboortedorpje; Linschoten. Haar geluk stond in de besluitvorming voorop en dat van ons – de kinderen – leek totaal niet van belang. Haar stemming liep dan ook gelijk aan de kans om te verhuizen. Voelde ze zich slecht, dan was de kans groter om weer te verhuizen. Want geluk, dat was misschien in een ander huis op een andere plek wel te vinden. Dat wij weer naar een nieuwe school moesten en nieuwe vriendjes moesten maken leek onbelangrijk.

Door het vele verhuizen voelde ik me destijds er niet toe doen en niet gezien. Ook kon ik me voor mijn moeder schamen tegenover familieleden. Wie verhuisd er nu zo vaak? Sommigen mensen uit onze omgeving wisten niet eens meer waar we nu woonden. Ik vond het genânt!
Al met al was het verhuizen een poging van mijn moeder om dichterbij het geluk te komen. En wij moesten maar vrolijk meedoen aan deze pogingen. Ik ben blij dat ik nu lekker op mijn eigen plek zit – en kan blijven zitten. 🙂

2 thoughts on “Verhuizen verhuizen en nog eens verhuizen”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *